Mijn boekrecensie van Mijn vader was een NSB’er van Elmer den Braber

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van Mijn vader was een NSB’er van Elmer den Braber met jullie. Ruim een maand geleden vroeg Den Braber mij via Twitter of ik zijn boek wilde lezen en recenseren voor mijn blog. Ik reageerde enthousiast, het is een historische roman over een onderwerp waar niet veel schrijvers zich aan wagen, ik was nieuwsgierig en zei ja.

Mijn vader was een NSB’er | Elmer den Braber | ISBN 9789082100600 | 288 pagina’s |

Jaar van uitgifte 2014 | Uitgever De Spion  | historische roman | flaptekst

Voeg dit boek toe op:   of hebban

De schrijver

Elmer den Braber is in het dagelijks leven social media adviseur. Mijn vader was een NSB’er is zijn tweede boek, hiervoor schreef hij het e-book “Het sprookje van Eindhoven”.

Het boek en mijn mening

Het boek vertelt het verhaal van Elsa, hoe zij WO II heeft beleefd als jong meisje, hoe haar ouders omgingen met WO II en hoe de keuzes van haar ouders haar leven verder heeft beïnvloed, keuzes die zij overigens zo verafschuwt dat zij aan het einde van de oorlog een drastisch besluit neemt, eentje die haar voor de rest van haar leven blijft achtervolgen. Op een dag besluit zij het volledige verhaal aan haar familie te vertellen, ze besluit niet langer te wachten en houdt geen geheimen meer achter.

Eerder dit jaar nam ik het besluit om geen boeken meer te lezen en recenseren voor mijn blog die in eigen beheer of via kleinere (privé) uitgevers zijn uitgegeven, maar ik besloot nog eenmaal een uitzondering te maken omdat dit onderwerp mij boeide en daar heb ik zeker geen spijt van.

De schrijver heeft er voor gekozen om fictie met non-fictie te mengen, het verhaal over Elsa en haar familie is fictie (maar zou ook waargebeurd kunnen zijn, kinderen van NSB ouders bestonden tenslotte echt) en de non-fictie zit hem in feiten als de Van Houten (chocolade) fabriek, verhalen rondom de Jodenvervolging in Amsterdam en de inval bij IJssalon Koco in Amsterdam, mooie non-fictie die ikzelf ook als non-fictie herkende (wie kent het dramatische verhaal over de IJssalon immers niet?), ik hoop wel dat de schrijver bij een volgend boek waarin hij deze twee “werelden” mengt, dat hij dit iets subtieler doet, ik vond de overgang nu een aantal keer erg abrupt, alsof hij opeens tijdens het verhaal bedacht, oh ja er moet nog wat non-fictie in. Dat ligt trouwens niet alleen aan de schrijver maar zeker ook aan de proeflezers en redacteur van deze mooie historische roman, het is hun taak om juist dit soort dingen eruit te vissen en de schrijver hierop te wijzen.

Ik frunnik met mijn linkerhand aan de knoopjes van mijn blouse. Het is zwoel in huis, tegen het benauwde aan. Opeens besef ik dat ik al minutenlang met een muntstuk aan het spelen ben dat in mijn broekzak zit; de borg van het winkelwagentje van gisteren. Het forse formaat en de grove ribbels langs de rand, verklappen dat het om vijftig eurocent gaat. Als een arbiter wip ik met mijn duim het muntje telkens omhoog, aan het oog onttrokken door de stof van mijn broekzak. Ik draal weer eens. Zal ik het lot laten bepalen of ik naar Dirk toe ga, vraag ik me af. Ik wik de opties: kop staat voor Dirk, munt voor tuin. Ik neem het geldstuk voor de laatste keer tussen duim en wijsvinger en haal mijn rechterhand weer tevoorschijn uit het binnenste van mijn broekzak. De munt blinkt en ik moet glimlachen: ik zie de Brandenburger Tor, ‘2002’ staat eronder. Even sluit ik mijn ogen en houd ik mijn adem in. Met een snelle haal naar achteren werp ik de halve euro een kleine meter, loodrecht de lucht in. Zonder te knipperen met mijn ogen, volg ik het projectiel dat ontelbare keren om zijn as wentelt, alsof het vertraagd wordt afgespeeld.

Elsa twijfelt of ze haar zoon Dirk wel of niet achterna moet gaan tijdens een strubbeling bij haar thuis (huidige tijd). Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik het verhaal zeer mooi vond, maar, -en dat overkomt mij eigenlijk zelden- de oeverloze details lieten mij bijna verzanden in het boek en dat kan de bedoeling niet zijn. Ik ben zo’n lezer die zich in deze alinea op die munt gaat concentreren, is het soms een muntstuk dat een bepaalde waarde voor haar heeft, heeft ze het van een speciaal iemand ontvangen, één van haar kleinkinderen wellicht?

Toch was vader boven alles een trotse Nederlander, boos over het feit dat het Duitse leger zonder noemenswaardige slag of stoot zijn vaderland kon toevoegen aan het rijtje oorlogstrofeeën die bungelden aan de riem van Adolf Hitler; boos over de laffe vlucht van Koningin Wilhelmina en haar gevolg naar het vrije Londen; boos over de gelatenheid waarmee zijn landgenoten dit alles ondergingen en boos over zijn eigen onmacht dat hij zelf niets anders kon doen dan zich onvrijwillig zijn mede-Nederlanders aan te sluiten. Wat kon hij immers in zijn eentje uitrichten?

Deze quote maakte mij boos, ik weet dat het is geschreven vanuit het oogpunt van een twaalf jarig meisje over haar vader aan het begin van de oorlog en dat probeerde ik voor ogen te houden, maar oh wat maakte deze quote veel in mij los, ik haat het als mensen doen alsof Nederland geen tegenstand heeft geboden aan de vijand in 1940 want als onze (voor)ouders iets hebben gedaan dan is het wel tegenstand bieden! Ik voel geen behoefte om hier verder over uit te wijden en ik voel zeker niet de behoefte om voorbeelden te noemen waar en hoe onze (voor)ouders tegenstand boden, het doet er simpelweg niet toe, het is zoals het is en mensen mogen hun mening hier over hebben, maar het raakt mij keer op keer, niet alleen in dit boek trouwens.

Je kunt dus stellen dat Den Braber er in geslaagd is mij te raken met bovenstaande quote en niet alleen met deze quote trouwens, het verhaal is mooi geschreven, zeker voor iemand die nog groeiende is als schrijver. Ik kijk dan ook uit naar zijn volgend werk en hoop op nogmaals een historische roman.

Het boek bevat een voorwoord en naschrift en meerdere foto’s van Weesp, alwaar dit verhaal zich afspeelt, in oorlogstijd. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het verhaal van/over Emil Ratelband etc niet gelezen heb, ik had daar geen behoefte aan. De foto’s heb ik wel bekeken en ik herkende daar het één en ander in, mooi.

 De sterren

3 / 5 sterren, Als je mijn recensie gelezen hebt dan vraag je je wellicht af waarom ik maar drie sterren geef. Ik zou dit boek puur beoordeeld op het verhaal en de lef van de schrijver om dit onderwerp te kiezen zeker 4 sterren geven, maar door de stroeve loopjes rondom de gedeeltes waar de fictie overgaat in non-fictie, de vele taalfouten (zelfs een wisseling van namen) en de vele details waarin ik af en toe het spoor bijster was, geef ik dit boek 3 sterren, wat overigens een prima beoordeling is!

Zou ik Mijn vader was een NSB’er aanraden aan jou? Ja, een volmondig JA zelfs! De taalfouten zijn verdwenen bij een volgende druk heeft de schrijver mij beloofd en daardoor zal het boek al veel meer vaart krijgen, dus zeg ik ja lees dit boek en laat je meevoeren door Den Braber.

Lees jij wel eens boeken over WO II?

Sandra

Mijn vader was een NSB’er heb ik als e-book ontvangen van Uitgever De Spion. Het feit dat ik dit boek van de uitgever heb ontvangen beïnvloedt mijn mening over dit boek op geen enkele manier. Graag wil ik Uitgever De Spion danken voor het toesturen van het e-book.

Mijn boekrecensie van Tonio van A.F. Th. van der Heijden

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van Tonio van A.F. Th. van der Heijden met jullie, en dat doe ik niet alleen, dat doe ik samen met mijn boekenblog collega Sue van Boekenz (klik).

tonio

 

Tonio | A.F.Th. van der Heijden | ISBN 9789023465720  | 640 pagina’s |

Jaar van uitgifte 2011 | Uitgever De Bezige bij | Literatuur | flaptekst

Voeg dit boek toe op:   of hebban

Volgens mij was het begin oktober dat Sue en ikzelf besloten iets samen te gaan doen, liefst in de vorm van een literaire boekenclub, hier zouden wij niet alleen onszelf een plezier mee doen maar hopelijk ook anderen inspireren om weer eens literatuur te gaan lezen. Na een poosje nadenken over de vorm en de naam waren wij er uit, we zouden iedere twee maanden samen een boek lezen en recenseren, alleen….. toen kwam zaterdag 15 november, de dag waarop ik besloot te stoppen met mijn boekenblog, uiteraard heb ik dezelfde dag Sue hier over gemaild en we besloten eigenlijk gelijktijdig dat we onze recensies wel zouden plaatsen, maar dan zonder een vervolg. We kozen Tonio van A.F.Th. van der Heijden.

De schrijver

In 1978 verscheen het eerste boek van A.F.Th. van der Heijden, een verhalenbundel, een jaar later volgde De draaideur en in 1983 verscheen het eerste boek van wat men de “de tandeloze tijd” cyclus noemde, het onderscheid was gemaakt, zijn stempel was gedrukt, hij liep naast het geëffende pad en trok daarmee destijds mijn aandacht!

Het boek en mijn mening

Laat ik beginnen met te zeggen dat niets maar dan ook werkelijk niets uit mijn boekrecensie van Tonio het boek recht zal doen, mijn woorden zijn niet toereikend voor dit boek, voor het gevoel dat dit boek mij gaf. Als een boek diepe indruk op je maakt dan kun je als boekenblogger een poging doen om dit te verwoorden tijdens je recensie, maar zelfs nu tijdens het schrijven van mijn recensie weet ik al dat dit mij nooit gaat lukken. De zoon van de schrijver overleed; een vader verloor hiermee zijn kind, een moeder verloor hiermee haar kind……..

Tonio is de zoon van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich. Op 23 mei 2010 werd Tonio op de fiets aangereden door een auto. Niet lang na dit vreselijke verkeersongeval overleed hij op 21-jarige leeftijd in het ziekenhuis.

Een jaar later, mei 2011, verscheen het boek Tonio, een requiemroman van A.F. Th. van der Heiden, waarin hij sprak over dit verlies. Het boek werd in mei 2012 bekroond met de Libris Literatuurprijs en later in datzelfde jaar ontving de schrijver de NS Publieksprijs.

Het boek begint met het einde: het vreselijke ongeluk en het overlijden van Tonio, waarbij afwisselend een prachtig verhaal over hoe Van der Heijden ooit zijn vrouw ontmoette en het leven van Tonio wordt verteld.

Sommigen vonden dat Van der Heijden een bijna idyllisch beeld schetste van zijn zoon in Tonio anderen noemden Van der Heijden langdradig, maar wie zijn wij om daar over te oordelen? Want wat is de scheidingslijn tussen het boek beoordelen en hetgeen erin staat, de woorden van een rouwende vader? Is niet ieder kind uniek voor zijn ouders en is niet iedere ouder (bijna) idyllisch over zijn kind en dan die scenes die te lang duren volgens sommigen…. geeft dát nu juist niet weer waar rouwen over gaat: tegen onbegrip aanlopen? Rouwen duurt lang en gaat tergend langzaam, Tonio is het boek van een rouwende vader, niet meer, niet minder……..

Ik zou dit boek nooit kunnen opnemen in een “boekenlijstje” of het durven benoemen als een “favoriet” boek, of het boek benoemen als een “aanrader”. Ik zou de techniek kunnen bespreken, aangeven of ik vind dat het boek goed is opgebouwd, maar zelfs daar waag ik mij niet aan. Nee, ik geef mijn blijk van medeleven aan Van der Heijden middels mijn simpele en totaal overbodige boekrecensie………

De sterren

5 / 5 sterren. Ik geef dit boek 5 sterren omdat dit boek heftige emoties bij mij losmaakte, het raakte mij, ik voelde het, wat een onmenselijk groot verdriet ………..

Lees hier wat Sue over Tonio heeft geschreven: (klik)

Sandra

 

Mijn boekrecensie van In hemelsnaam van Geertje Paaij

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van  In hemelsnaam van Geertje Paaij met jullie. Enige tijd geleden werd mij dit boek aangeraden door een medewerker van mijn bibliotheek, dus ik schreef het gelijk op mijn nog te lezen boeken lijst. Het toeval wilde dat een andere medewerker van dezelfde bibliotheek Geertje Paaij op mijn website had gewezen, wellicht wilde Sandra dit boek lezen en recenseren voor haar blog?

In hemelsnaam

 

In hemelsnaam | Geertje Paaij | ISBN 9749432546301  | 194 pagina’s |

Jaar van uitgifte 2014 | De nieuwe bestseller | non-fictie | flaptekst

Voeg dit boek toe op:   of hebban

De schrijver

Geertje Paaij (1952) heeft jarenlang bij het Openbaar Ministerie en de Reclassering gewerkt. Daarna maakte zij de overstap naar de politiewereld. In 2012 debuteerde zij met haar boek Volg de blauwe lijn (bron: zie link flaptekst).

Het boek en mijn mening

In hemelsnaam vertelt het verhaal over de vader van de schrijver: Johannes Paaij. De schrijver ontvangt onverwachts het stamboomboek van de familie Paaij en samen met de brief die Johannes Paaij ooit stuurde aan Mies Bouwman, waarin hij over zijn leven vertelde, vormen deze 2 documenten het uitgangspunt van dit boek.

In dit boek lees je hoe de schrijver zelf steeds meer, stap voor stap, over haar vader en haar grootouders ontdekt, daarbij lees je haar gedachten, je leest over de feiten die zij verzamelt, plaatsen die zij bezoekt en parallel daaraan loopt het verhaal over haar dochter. Het boek bevat foto’s en kopieën van documenten waardoor het echt een compleet verhaal is geworden. Haar gedachtes zijn trouwens soms geschreven als fictie; hoe zou Adriana zich toen gevoeld hebben….. wat dan volgt is een korte impressie van Paaij’s gedachten waardoor het bijna een roman wordt en het verhaal nog meer gaat leven.

Hoe Paaij non-fictie en enige fictie heeft verwerkt in haar boek vond ik dus prachtig, wat ik al zei, soms leek het daardoor bijna een roman, ik zou bijna aan haar willen vragen of ze niet ook nog een mooie historische roman kan schrijven over haar oma Adriana, het hoeft niet waarheidsgetrouw te zijn, maar simpelweg een roman aan de hand van de tijdsgeest en haar eigen fantasie zou ik erg mooi vinden.

Wat ik mooi vind aan historische romans en biografieën in het algemeen is dat je gelijktijdig iets leert, of moet ik zeggen, (soms) ontdekt? Je leert in deze biografie bijvoorbeeld iets over het leven rond de 20e eeuw, vrouwen hadden totaal geen rechten in die tijd -letterlijk- dat een man de baas was over hen, dat zijn dingen die wij nu, levend in de 21e eeuw, makkelijk vergeten, al ligt het slechts ruim 100 jaar achter ons. Wat je daar gelijk weer (voorzichtig) uit kunt concluderen is dat wij Nederlanders op bepaalde punten behoorlijke sprongen hebben gemaakt in 100 jaar tijd, en dit alles vind ik altijd mooi in een biografie of historische roman, vooral als de schrijver, zoals Paaij, het mondjesmaat toedient en er geen geschiedenisles van maakt.

Tijdens het lezen waren er momenten waarbij mijn emoties alle kanten op vlogen; ontroering, woede (vooral naar Johannes Pieter Paaij toe) en verdriet. Die woede voelde raar, ik bedoel, ik ken deze man niet, maar Paaij schrijft beeldend en haar woorden zijn scherp, behoorlijk scherp en als lezer begrijp ik dat volkomen. De verdrietige momenten vond ik de gedeeltes over Adriana, ik had meelij met deze vrouw, achtergelaten met haar kinderen door haar man, geen geld, geen huis, geen eten, het moment waarop haar kinderen in een tehuis terecht komen omdat zij niet meer voor hen kan zorgen, ja dat raakte mij en pas toen realiseerde ik mij dat mijn eigen grootouders ook in die tijd zijn opgegroeid en ook al weet ik dat zij het veel beter getroffen hadden met hun leven, vele malen beter zelfs, zij hadden Adriana wel tegen kunnen komen, zwervend ergens in Noord-Holland. Mooi als een schrijver je op deze manier aan de hand neemt en je laat nadenken over je eigen voorouders.

Als je begint in dit boek, dan kan ik mij voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat de schrijver haar ervaringen met haar dochter niet in het boek had moeten opnemen (ja, dat dacht ik in eerste instantie ook), het duurt even voordat de raakvlakken met het verleden duidelijk worden in het boek, wees dus geduldig, Paaij brengt alles naar elkaar toe in een later stadium van het boek.

De sterren

4,5 / 5 sterren, tsja, geef mij een biografie waarin een schrijver het lef heeft om tevens wat fictie toe te voegen en ik ben om. Maar dit is bovenal een boek die je zeker gelezen moet hebben als je van biografieën en of van historische romans houdt (ja ja ik weet het, er zit totaal geen logica in, maar geloof me). Dankjewel Geertje Paaij voor dit prachtige boek en de fijne leesuren!

 

Sandra

 

In hemelsnaam heb ik ontvangen van de schrijver Geertje Paaij. Het feit dat ik dit boek van de schrijver heb ontvangen beïnvloedt mijn mening over dit boek op geen enkele manier. Graag wil ik haar hartelijk danken voor het toesturen van dit gesigneerde (!!) exemplaar.

Mijn boekrecensie van Aan de oever van Rafael Chirbes

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van Aan de oever van Rafael Chirbes met jullie. Dit boek kwam op een bijzondere manier in mijn bezit, uitgever Meridiaan zag Aan de oever op mijn Pinterest bord: nieuwe boeken, najaar 2014, must-reads (klik) staan en vroeg mij of ik hun boek wilde lezen en recenseren voor mijn boekenblog, uiteraard was mijn antwoord ja!

Aan de oever

Aan de oever | Rafael Chirbes | ISBN 9789048822249  | 432 pagina’s |

Jaar van uitgifte 2014 | Uitgever Meridiaan | Literatuur | flaptekst

Voeg dit boek toe op:   of hebban

De schrijver

Rafael Chirbes is een Spaanse schrijver en woonde na zijn studie Moderne en Hedendaagse Geschiedenis o.a. in Marokko (waar hij Spaanse les gaf). Via een aantal omzwervingen verhuisde hij in 2000 naar Valencia. Aan de oever is zijn negende roman, welke in 2013 uit kwam in Spanje.

Het boek en mijn mening

Aan de oever vertelt het verhaal van Esteban, een man met grote dromen, maar toch is hij in het meubelbedrijf van zijn vader blijven werken, of moet ik zeggen, blijven hangen? Ondertussen is de crisis ook doorgedrongen in Misent, veel mensen staan op straat, hebben schulden, hopeloze vooruitzichten met criminele praktijken als een bijna logisch gevolg. Esteban liefje Eleonoor heeft hem reeds lang geleden ingewisseld voor zijn beste vriend en zo langzamerhand komt de volledige zorg van zijn oude dementerende vader op hem neer omdat hij de rekeningen van de verzorging niet meer kan betalen en op zijn overige familie niet echt kan rekenen. Ondertussen gaat het met het familiebedrijf steeds slechter, de rekeningen kunnen amper nog betaald worden en Esteban lijkt de enige van zijn familie te zijn die deze realiteit onder ogen ziet, de anderen zien alleen maar geld, geld dat er al lang niet meer is?

Het boek wordt vanuit verschillende perspectieven verteld en omdat dit niet in een vloeiende beweging wordt gedaan en zonder aankondiging, (bijvoorbeeld bij het overgaan naar een nieuw hoofdstuk), valt dit boek overduidelijk onder literatuur. Je gaat van het ene naar het andere dramatische verhaal en niet één persoon voert daarbij de hoofdrol, het lijkt er eerder op dat Spanje zelf het gehele verhaal regeert en dat is bijzonder mooi gedaan door Chirbes. Scherpe observaties volgen elkaar in een rap tempo op, en als dit een gegeven is van Rafael Chirbes, dan wil ik nu al zijn andere (in het Nederlands vertaalde) boeken lezen!

Wat ik verder erg mooi vond was hoe Chirbes de crisis heeft verweven in dit boek, een zeer actueel en realistisch beeld van Spanje, of moet ik zeggen, van heel Europa?!

Na Nachtlicht (La pell freda) van Albert Sánchez Piñol in 2006 heb ik geen enkel boek meer gelezen van een Spaanse schrijver, gek eigenlijk dat ik vaak voor Nederlandse en Vlaamse schrijvers kies en zelden voor een Spaanse schrijver terwijl ik Nachtlicht een ijzersterk debuut vond? Daar komt verandering in na het lezen van Aan de oever en Victus, de val van Barcelona, de volgende Spaanse schrijver die ik wil ontdekken is Javier Marías!

De sterren

4/ 5 sterren, een prachtige actuele roman, een aanrader!

Lees jij wel eens werk van Spaanse schrijvers, zo ja, welke kun jij mij aanraden?

Sandra

Aan de oever heb ik ontvangen van Uitgever Meridiaan. Het feit dat ik dit boek van de uitgever heb ontvangen beïnvloedt mijn mening over dit boek op geen enkele manier. Graag wil ik Uitgever Meridiaan (Crispijn) hartelijk danken voor het toesturen van prachtige exemplaar.

Vraag 40: Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welk goed voorbeeld ken je?

Standaard

Ik las vraag 40 en dacht, ik weet precies welk boek een geweldig voorbeeld zou zijn, ik las het in 2006, het boek maakte indruk op mij, het was het debuut van een Catalaanse schrijver en hoe bizar het boek ook was, die eerste (twee) zinnen maakte zoveel indruk op mij dat ik het nu 8 jaar later nog woord voor woord kan herhalen.

Albert Sánchez Piñol, Nachtlicht, Victus

 Nachtlicht (La pell freda) | Albert Sánchez Piñol | Jaar van uitgifte origineel 2002, vertaling 2006

Eerste (en tweede) zin uit Nachtlicht (La pell freda, uitgebracht in 2002, vertaald in het NL in 2006):

We staan nooit zo ver af van degenen die we haten. Alleen al daarom komen we nooit echt nader tot degenen die we liefhebben.

De schrijver, het boek en de lezer

Nachtlicht is het debuut van de Catalaanse schrijver en antropoloog Albert Sánchez Piñol (1965), en wat voor een literair debuut, Nachtlicht, of liever gezegd La pell freda is ondertussen vertaald in maar liefst 37 talen.

Die eerste 2 zinnen kenmerken het boek, het boek staat vol met dit soort uitspraken, en juist dát tilt dit boek naar het volgende level. Naast deze uitspraken staat het boek ook vol met details, details waarvan ik soms denk, laat maar, dit hoef ik niet te weten Sánchez Piñol, too much information, maar aan de andere kant lijkt dat nu, 9 jaar later, een handelsmerk van hem te zijn want ook Victus, de val van Barcelona, staat vol met details, elke stap, elke zucht van het hoofdpersonage wordt benoemd, met uitgebreide omschrijvingen van de omgeving, zijn gemoedstoestand en dit alles is bijzonder te noemen omdat beide boeken in de ik-vorm zijn geschreven. Wat ik bedoel te zeggen: in de ik-vorm is de hoofdpersoon aan het woord en als deze dan ook nog alle details vermeld dan zou dat een beetje too much kunnen worden en op dát randje balanceert de schrijver, voor mij nog net aan de juiste kant en eigenlijk vind ik dat stiekem best leuk aan Albert Sánchez Piñol, hij heeft het lef om tot het uiterste te gaan in zijn boeken.

In 2006 hoorde ik over Nachtlicht en de reden waarom ik het wilde lezen was omdat het zich rond Antarctica afspeelt. Aangezien ik een mateloze fascinatie voor Antarctica heb en alles hierover lees was het logisch dat ik dit boek kocht. Ik las het boek, moest even wennen aan de schrijfstijl en ondanks dat ik niet van het genre mysterie houd, want daar neigt Nachtlicht naar, vond ik het een geweldig boek. Het was pas in juli van dit jaar dat ik mij realiseerde dat deze schrijver een nieuw boek had geschreven (In het hart van het oerwoud had ik totaal gemist in 2007): Victus, de val van Barcelona. Het boek waar ik al mijn eerste indruk over schreef (klik) en waar ik over 2 weken een tweede indruk artikel over schrijf, een boek waar ik enorm van geniet, door de setting, het taalgebruik en de werkelijkheid die aan het boek ten grondslag ligt.

Resumerend kan ik concluderen: ja de eerste zin van een boek is belangrijk, behalve dat het de toon van het boek kan zetten kan het ook een basis leggen van een band tussen de schrijver en de lezer. Had ik Nachtlicht niet gelezen in 2006, dan had ik Victus, de val van Barcelona, nooit ontdekt, ondanks dat ik een groot liefhebber van historische literatuur ben. Deze week heb ik Nachtlicht herlezen, ik doe dat zelden maar voor deze bijdrage aan #50books deed ik het graag, om nog één keer de magie van het boek te voelen; deze Catalaanse schrijver tovert met woorden, vormt ze tot zinnen, vormt ze tot rare wezens en exact dát is wat dit boek een ijzersterk debuut maakt. Literatuur zoals literatuur bedoeld is. Ik heb deze week een recensie van Nachtlicht geplaatst op Goodreads (klik).

Welke eerste zin uit welk boek is jou het meeste bij gebleven?

 

Sandra

 

Deze #50books tag is afkomstig van Peter van Petepel, lees hier wat mijn collega bloggers over vraag 40 verteld hebben: (klik).

Mijn boekrecensie van De derde persoon van Thomas Heerma van Voss

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van De derde persoon van Thomas Heerma van Voss met jullie. Vorige week konden jullie al mijn boekrecensie van zijn tweede boek Stern (klik) lezen.

De derde persoon Thomas Heerma van Voss

 

De derde persoon | Thomas Heerma van Voss | ISBN 9789400403680 | 224 pagina’s |

Jaar van uitgifte (september) 2014 | Uitgever Thomas Rap | Literatuur | flaptekst*

Voeg dit boek toe op: De derde persoon of  Hebban

De schrijver

De derde persoon is het derde boek van schrijver Thomas Heerma van Voss (1990). Ik kwam op internet een artikel tegen: “De boekenkast van…..” (klik) en daarin vertelde de schrijver van welk boek hij het meest geleerd heeft: “misschien heeft Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans mij het meest bijgebracht omdat dat het eerste ‘serieuze’ boek was dat ik las, en omdat ik als 16-jarige wellicht makkelijker beïnvloedbaar was dan als 21-jarige.”

Het boek en mijn mening

De derde persoon is een verhalenbundel met zeven verhalen, het is een bundel waarin de verhalen gemiddeld 20 tot 30 pagina’s beslaan en hierdoor is er voldoende ruimte voor elk verhaal en die ruimte heeft Heerma van Voss uitermate goed gebruikt, geen enkele scene is overbodig, geen pagina is onbenut gelaten. En dat laatste vind ik prettig, vooral omdat de verhalen op deze manier goed tot hun recht komen.

Observeren lijkt het thema van dit boek te zijn maar er is tevens een bepaalde soort doelloosheid die door de pagina’s heen sijpelt. Doelloosheid in de vorm van een student die urenlang een massagesalon bekijkt vanuit zijn kamer aan de overkant van de straat, hij observeert de bezoekers en de medewerkers tot in de finesse en bouwt er vervolgens scenes omheen, de spelers hoeven hier geen auditie voor te doen bij de student, hij vouwt het moeiteloos om hen heen en creëert daarmee een nieuwe wereld.

Het lijkt alsof het de schrijver totaal geen moeite heeft gekost om tot een verhaal als De Massagesalon te komen, alsof hijzelf jarenlang een soortgelijk pand heeft geobserveerd en diverse filmscripts hierover geschreven heeft. Daar waar de anderen stoppen, gaat Heerma van Voss verder, geen enkel mens zou een poging doen om de prijslijst van de salon te lezen, op wat voor manier dan ook, toch zorgt de schrijver ervoor dat de hoofdpersoon dit wel doet en dat maakt dit verhaal sterk, zeer sterk, het nutteloze nuttig maken.

In een ander verhaal “De Monoloog”, vlucht de hoofdpersoon (Tom) weg uit zijn stad, weg van zijn vriendin naar iemand (Pieter) die hij slechts online kent via een website waar men filmrecensies plaatst. Tom vindt deze persoon intrigerend en ondanks dat zij al jaren met elkaar chatten via de website zijn het compleet vreemden voor elkaar. Het lijkt alsof Pieter daar totaal geen problemen mee heeft en hij trekt Tom volledig zijn leven in, terwijl Tom hier voor mijn gevoel totaal geen behoefte aan lijkt te hebben. Tom vluchtte, maar wel van de regen in de drup….

Het vierde verhaal, “Ik ben hier niet opgegroeid”, vond ik het mooiste verhaal, ik herkende hier de sfeer van Stern in en het raakte mij, ik voelde bijna de pijn van de hoofdpersoon (zoon), een zeer indrukwekkend monoloog.

Mensen verschijnen en verdwijnen in elkaars leven, vrienden worden randfiguren, hoopvol begonnen liefdes monden uit in gênante anekdotes. Jij bleef als enige altijd hetzelfde. Je verhuisde niet, liets alles in je werkkamer exact zoals het was, gebruikte een nieuwe uitdrukkingen, ging nooit naar onbekende winkels, trok een afkeurende wenkbrauw op bij moderne muziek of drukke tv-presentatoren. Zolang ik mij kan herinneren, droeg je dezelfde soort broeken en blauwe wollen truien. En de paar keer dat een kledingstuk kapot ging, verving je dat niet, maar liet je het repareren. Ik heb foto’s gezien van jou omstreeks je vijfendertigste. Je ziet er praktisch hetzelfde uit als hier, nu, liggend voor me in het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis. Alles om me heen veranderde, maar met jou in de buurt leek dat niet uit te maken. Alsof jij, wat er verder ook gebeurde, in elk geval nooit zou kunnen verdwijnen.

~~~~~~

Heb jij door wat er gebeurt? Je gaat dood. Godverdomme, je bent aan het sterven, op dit moment, terwijl ik je aanraak. Niet door een ongeluk, een val, een botsing, een vechtpartij. De dood heeft jou heel geleidelijk van binnenuit leeggevreten – al jaren, eigenlijk al zolang ik je ken. Ik weet niet waarom ik mij daar niet mee bezighield.

De titel van het boek, De derde persoon, komt naar voren in het laatste verhaal, “Het weerzien”. Een stel staat op het punt om beslissingen te nemen over hun verdere toekomst als er plotseling een oude vriendin langskomt. Het verhaal speelt zich in zeer korte tijd af, al leek het voor mijn gevoel dagenlang, wat zeg ik, maandenlang te duren. Het moment dat de vriendin naar bed gaat en de avond gestaag vordert terwijl de vriend en de oude vriendin langzaamaan dronken worden, brengt het verhaal naar een hoogtepunt, waarbij de laatste zin van het boek oh zo goed gekozen is.

Beklemmend, intrigerend, boeiend, traag, pure liefde, ouders, onverdraagzaamheid, onnozelheid, aanschouwend, typerend en eenzaamheid. Dit zijn woorden die ik al lezend heb genoteerd en die mijns inziens de inhoud van dit boek weergeven. Componenten die goed bij elkaar passen en componenten woorden enorm goed zijn neergezet door Heerma van Voss. Wat ik mooi vind is dat alle verhalen volledig zijn geschreven, er is niets weggelaten, het zouden zeven losse romans kunnen zijn maar ik begrijp de keuze volledig waarom deze alle zeven in één verhalenbundel zitten, omdat er mijns inziens een rode draad door dit boek loopt en deze mag jij als lezer zelf gaan ontdekken.

De sterren

5 / 5 sterren, een verhalenbundel de volle 5 sterren geven, had het mij een half jaar geleden verteld en ik had je voor gek verklaard, ik hield niet van verhalenbundels of “zkv’s”, ik vond het eigenlijk jammer van het papier, hoe kan een kort verhaal nu net zo goed zijn als een roman?

Auke Kok en A.L. Snijders gingen Thomas Heerma van Voss voor, door Auke Kok begon ik warm te lopen voor literaire columnbundels en vervolgens leerde de heer A.L. Snijders mij zeer kortere verhalen (zkv´s) lief te hebben met zijn boek De taal is een hond. Dus eerlijkheidshalve had ik zonder deze twee heren De derde persoon nooit op waarde kunnen schatten, en wat voor een waarde, ik geef het mijn maximaal aantal sterren. Chapeau Thomas Heerma van Voss, ga door, ga door!

 

Sandra

 

De derde persoon van Thomas Heerma van Voss heb ik ontvangen van uitgever Thomas Rap. Het feit dat ik dit boek gratis van de uitgever heb ontvangen beïnvloed mijn mening over dit boek op geen enkele manier. Graag wil uitgever Thomas Rap hartelijk danken voor het toesturen van dit boek.

 

 

Mijn boekrecensie van Kaddisj voor een kut van Dimitri Verhulst

Standaard

Vandaag deel ik mijn boekrecensie van Kaddisj voor een kut van Dimitri Verhulst met jullie. De titel roept bij sommige mensen afschuw op, ikzelf denk dat er geen andere titel meer passend is voor dit boek dan deze.

Kaddisj voor een kut

Kaddisj voor een kut | Dimitri Verhulst | ISBN 9789025443788  | 160 pagina’s |

Jaar van uitgifte (september) 2014 | Uitgever Atlas Contact | Literatuur | flaptekst*

Voeg dit boek toe op: Kaddisj voor een kut of hebban

De schrijver

Dimitri Verhulst (1972) heeft ondertussen al heel wat prijzen gewonnen, waaronder in 2007 de Gouden Uil voor De helaasheid der dingen en in 2009 de Libris literatuurprijs voor De Godverdomse dagen op een godverdomse bol.

Waar gaat Kaddisj voor een kut over

Deze novelle is opgedeeld in twee delen, het eerste deel is een intern monoloog in de tweede persoon van een instellingskind, de jongen en beschrijft hoe het “vriendinnetje” (zo ziet de jongen haar) Gianna uiteindelijk zelfmoord pleegt. Met haar begluurde hij gelukkige mensen in het nabij gelegen winkelcentrum -terwijl hij zelf met haar in een instelling woonde- dromend van zo’n leven, maar zelfs het dromen daarover was hen niet gegund, ze werden met harde hand weggestuurd door de beveiliging van het winkelcentrum. In de instelling worden kinderen gedumpt, moeders die niet meer voor hun kinderen willen zorgen, dumpen hen lukraak bij deze instelling, ook al hoort een jeugdrechter hier over te beslissen, die weg slaat moeder over, immers, moeders wil is wet, zelfs als de medewerker aan geeft dat dit geen dumpplek voor kinderen is.

De monoloog vertelt vervolgens over het dagelijkse leven in de instelling, hoe kinderen met elkaar het bed delen, hoe de geschiedenis zich herhaalt, hoe bezwangerde meisjes bij een abortuskliniek worden gebracht en hoe jongens hun zaad onder de douche lozen. Tegelijkertijd wordt de kerkdienst van Gianna vertelt, wie er aanwezig zijn in de kerk en over hoe zij aan haar einde is gekomen.

‘Bij ons in de buurt is er wel regelmatig een omhaling van sleetse vodden en kleren voor de verlorenen in Afrika. Maar wat kunnen zij daar op de evenaar met zulke deugdelijke, warme pullovers doen, honderd procent merinowol. Neen, dan geef ik het liever aan de dompelaars van bij ons!’. Meubels, matrassen, vazen, verroeste fietsen…. alles was zich niet makkelijk via een pedaalemmer liet verdwijnen vond z’n weg naar het gesticht. (‘Vroeg of laat moeten die gastjes ook de wereld in, niet waar. Zij hebben geen uitzet, geen startkapitaal dat ze hebben gekregen van moe of va. Dus ik zei tegen mijn man, Ronny, weet je wat, laat ons die beddenbak van je dode moeder schenken aan die droeve schapen van Home Zonnekind….’). (p 31)

Dompelaars, gastjes en droeve schapen, in slechts één alinea worden drie verschillende woorden gebruikt om de instellingskinderen te omschrijven, woorden die druipen van droefenis en walging.

Gianna zei: ‘Het is niet zo dat er te veel mensen op de aarde zijn. Het probleem is dat er zoveel ongewensten zijn.’ Daar wist je al: je had alzheimer nodig om deze uitspraak van ‘r te kunnen vergeten (p 41)

Is dat hoe Gianna zich voelde, ongewenst?

Het tweede deel van deze novelle gaat over een gezin, een jong gezien met een meisje van slechts 3 maanden en een jongetje van amper 8 jaar. Vader en moeder zijn niet langer in staat voor hen te zorgen, zij hebben in een instelling gewoond voordat zij ouders werden, zij weten hoe het er daar aan toe gaat, zij willen niet langer voor hun kinderen zorgen en kiezen een manier om aan hun eigen wens te voldoen, weg met de kinderen en daarna voor altijd samen blijven. Dat dit inhoudt dat zij hun 2 jonge kinderen in koele bloede vermoorden is bijna niet voor te stellen, toch gebeurde het, in koele bloede, één voor één met enkele dagen tussenpauze. Zij wisten wat het leven in een instelling inhield…….

Ik vind het grappig dat jij nu net over dat rijbewijs begint. De voorzitter van de jury kon het ook niet laten. Was die Opel Corsa (de auto waarin het jonge gezin bivakkeerde en rondreed) ingeschreven, vroeg hij. Neen, zei ik. Was hij verzekerd? Neen, zei ik, want je moet wel wreed stom zijn om een auto te verzekeren die niet is ingeschreven. Had u een rijbewijs? Neen, zei ik, maar ik ken mensen die we wél één hebben en ik weet dat dat in hun persoonlijke geval geen bewijs is dat ze wel degelijk met een auto kúnnen rijden. Is die auto afbetaald? Neen, zei ik. Ik kreeg zo al halvelings het gevoel dat ik daar voor een verkeersovertreding zat………….. Ik bedoel, een auto verzekeren tegen ongeval, is dát soms geen voorbedachtheid, dan? (p 103)

Aldus, sprak Stefaan Cools, de jonge vader tijdens de rechtszaak.

Wat vond ik van dit boek

Ik werd tijdens het lezen van dit boek alle kanten op geslingerd, ik voelde walging, medelijden, intense haat maar ook intens verdriet en alles wat daar tussen zit. Online werd er regelmatig tegen mij gezegd dat men het tweede deel “mooier” vond, of makkelijker leesbaar dan het eerste deel. Mij sprak juist het eerste deel het meeste aan, het rauwe stuk, daarin gebeurde gruwelijke dingen maar doordat de kerkdienst van Gianna als een rode draad door het eerste deel liep, kon ik mij daar op focussen tijdens het lezen, mijzelf daar zachtjes achter schuilen zodat de woorden niet te hard binnen kwamen, want geloof mij, Verhulst neemt geen blad voor de mond, hij vertelt alles, maar dan ook werkelijk alles, de verkrachtingen, de walgelijke bezoekjes van de moeders die hun kind kwamen opzoeken, de opvoeders die deze naam amper waard waren, het ranzige vieze eten, de uitspattingen, alles! Maar toch kon ik dat “handelen”, althans, ik deed mijn best, want nadat ik in het tweede deel begon kon ik mijn walging amper verbergen, ik heb het boek, dat slechts 160 pagina’s telt, regelmatig weggelegd en hardop mijn walging uitgesproken: hoe.kan.iemand.zijn.kinderen.vermoorden?! Wat moet er in vredesnaam misgaan in je hoofd om zoiets te doen? Het tweede deel vond ik afschuwelijk om te lezen, maar, ook in het tweede gedeelte liep een rode draad, zijnde de rechtszaak, ik schuilde mij daarachter, op deze manier kon ik het boek uitlezen.

Dit is mijn eerste kennismaking met Dimitri Verhulst, een schrijver die zoveel emoties bij mij weet op te roepen, die mij “rode draden” aanreikt waardoor het voor mij mogelijk is om deze novelle uit te lezen, verdiend een hoop lof. Ik heb geen idee hoe hij dit boek geschreven heeft, of hij de kerkdienst en rechtszaak als rode draden heeft bedoeld, of dat wat ik voelde tijdens het lezen en na het lezen, hetgeen is wat hij wilde bereiken met zijn boek?

Is het boek afschrikwekkend, nee, absoluut niet, raad ik het jou af om dit boek te lezen, nee absoluut niet, deze novelle móet je lezen, want ik wil graag weten hoe jij het ervaart. Wees niet bang dat je hart voor altijd gekrenkt is nadat je dit boek hebt gelezen, ik bedoel, als je graag griezelige boeken van Stephen King leest of de boeken van Marelle Boersma, die op ware feiten zijn gebaseerd, leest, dan kun jij dit boek ook aan, juist dan!

Toen ik op Twitter riep dat ik dit boek wilde lezen kreeg ik aardig wat tweets in mijn TL van mensen die de titel vreselijk vonden, het boek zelfs alleen al daarom niet zouden lezen. Ik legde uit dat een titel als dit mij eerder prikkelde om het juist te gaan lezen. Wat is mijn interpretatie? Kaddisj, ik neem aan dat jij weet dat dit één van de belangrijkste gebeden van het Jodendom is en het woord kut slaat volgens mij op zijn moeder die hem dumpte, op Gianna die voor kut werd uitgescholden door de beveiliging toen zij samen met hem gelukkige mensen in het nabij gelegen winkelcentrum bekeken, op de jonge moeder die haar kind vermoordde en wie weet op hoeveel meer vrouwen die hem in zijn leven ondraaglijk veel pijn hebben gedaan. Ik denk dat er geen andere titel meer passend is voor dit boek dan deze.

De sterren

4,5 / 5 sterren, omdat Verhulst mij rode draden gaf waarachter ik kon schuilen en mij hiermee door deze novelle loodste.

 

Sandra

 

Kaddisj voor een kut van Dimitri Verhulst heb ik ontvangen van uitgever Atlas Contact. Het feit dat ik dit boek gratis van de uitgever heb ontvangen beïnvloed mijn mening over dit boek op geen enkele manier. Graag wil uitgever Atlas Contact hartelijk danken voor het toesturen van dit boek.